Proloog
De hervorming van Melchior Bratan ·Nadat hij zijn moeder voor gek verklaarde en in een toren opsloot, erfde Karel het Habsburgse keizerrijk. Door ambitieuze oorlogen en politieke huwelijken had zijn familie in de loop der eeuwen een grote hoeveelheid erflanden bij elkaar verzameld, een heuse natte droom voor de vele hebzuchtige wereldveroveraars die de mensheid in andere tijden zou gaan zien.
De Boheemse heuvels, de Alpen en de Lage Landen behoorden tot het rijk, net als delen van de Spaanse kust en de laars van Italië. In de Nieuwe Wereld strekte het keizerrijk van de Inca-tempels in het zuiden tot de noordelijke, ongerepte natuur waar de Coloradorivier al miljarden jaren diepe canyons in het oranje gesteente had geëtst zodat de aardlagen uit tijden dat andere roofdieren over deze wereld liepen waren blootgelegd.
Keizer Karel V had geen idee welke werelden hij allemaal in zijn beheer had, maar wilde zich er toch zo goed mogelijk over ontfermen. Hij reisde gedurende zijn leven door heel het rijk en leerde vele talen spreken. Door zijn drang om het gigantische keizerrijk te verkennen verloor hij een nietszeggend stuk land uit het oog. Onder haar bewoners was een idee ontstaan dat zich langzamerhand verspreidde als een ziekte: het protestantisme. De keizer wist dat sommigen van zijn adel graag flirtte met zulke modegrillen, omdat dat populariteit onder het volk aan kon wakkeren, maar zelf wilde hij niet te veel met dit idee spelen: hij had het te druk met het voeren van allerlei oorlogen.
Toen in de Frans-Italiaanse oorlog een kinderloze graaf kwam te overlijden, erfde zijn elfjarige neefje een Frans prinsdom. Het neefje groeide op achter de muren van slot Dillenburg, en waar hij op de ene dag nog als een verwende zoon tussen het personeel en de exotische dieren liep, was hij na het bericht van de erfenis ineens schatrijk en noemde men hem Willem, de Prins van Oranje.
Omdat de inmiddels 44-jarige keizer niet wilde dat de jonge Willem van Oranje in de voetsporen van zijn flirterige vader zou treden en zich tot het protestantisme zou bekeren—zeker niet nu de jongen plotseling zoveel potente macht had gekregen—stuurde hij hem naar het katholieke Brussel, waar Willem opgroeide tussen de adel van de hofhouding aldaar. De prins kreeg alleen maar meer van wat hij uit Dillenburg kende: hij werd verwend met krankzinnige banketten, peperdure kleding en bier in overvloed. (Naar verluidt kon de Prins van Oranje zo hard zuipen, dat de alcohol nog altijd door zijn adellijke bloed giert.) Willem kreeg meer dan hij ooit in Dillenburg had gehad en ondanks dat zijn maag gevuld kon worden met alle dranken en spijzen die men in die tijd kende, werd een ander soort honger alleen maar meer aangewakkerd. In zijn adolescentie bleek niet alleen dat Willem een knappe man was, maar ook dat hij welbespraakt was en al gauw trad Willem binnen in de vertrouwenskring van de landvoogdes.
Rond diezelfde tijd besloot keizer Karel V, wiens gezondheid al enige tijd verminderde, de troon over te dragen aan zijn zoon Filips II. Alles veranderde. De in Spanje geboren koning Filips wilde precies weten met welke inkt er geschreven werd in de kloosters en keurde de steensoort in de straten van Antwerpen zelf met uiterste zorgvuldigheid. Hij hield zijn land het liefst in vaste greep zodat hij zelfs de kleinste bewegingen of neigingen van het volk dacht te kunnen voelen. Het koninkrijk hikte al snel tegen een faillissement aan en Filips II werd dus door zijn eigen krampachtigheid gedwongen om hogere belastingen in te voeren. Het ging niet goed met het Habsburgse rijk. Voor de adel in Brussel was het plaatsen van Spaanse vertrouwenspersonen in de Nederlanden om de boel in de gaten te houden de druppel. Zij begonnen verbitterd aan een stille opstandigheid, onwetend van de impact die hun dwarsliggerij en recalcitrante gedrag later zouden gaan hebben.
Want ondertussen hadden de ideeën uit het protestantisme zich zowaar door de Lage Landen verspreid. En waar de meeste autoriteiten probeerden om de driftige hagepreken in te dammen omdat de burgerij elkaar daar stond op te hitsen tegen de kerk en de autoriteiten, zagen Willem en zijn Verbond van Edelen dit als de uitgelezen kans om precies niets te doen en het lekker uit de hand te laten lopen. Toen Willem toch eens iets wilde doen, besloot hij olie op het vuur te gooien en zichzelf tot de beschermheer van het protestantisme te benoemen. Hij liet de burgers nog even sudderen in hun eigen woede en al gauw begon de boel over te koken: kerken werden bestormd en de beelden en crucifixen werden tegen de grond geworpen, altaren verminkt en schilderijen doorgekrast. Het glas-in-lood werd bekogeld. En niet alleen door de geloofsijverige protestanten: ook de relschoppende burgers moesten hun woede tegen de hoge belastingen kwijt. Ondanks Willems opstandige houding tegenover koning, was hij ontzet van dit schokkende tafereel; hij had dit niet in de verste verte zien aankomen. De koning was razend toen hij over de beeldenstorm te horen kreeg, en hij stuurde de kille Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva, met een groot Spaans leger naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Willem wachtte de komst van de hertog niet af, uit angst dat hij zou worden geëxecuteerd, en vluchtte naar Dillenburg zonder zijn bezittingen. Zodra Alva in Brussel aankwam liet hij meerdere leden uit het Verbond der Edelen publiekelijk executeren. Willem, prins van Oranje, graaf van Nassau-Dillenburg, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, was praktisch blut, zat opgesloten in zijn kasteel en had een groeiende nijd richting de Spanjaarden. In het vuur van zijn woede smeedde hij een plan om de Lage Landen te bevrijden van de Spaanse wurggreep, maar daarvoor had hij financiële steun nodig, die hem nauwelijks leek toe te komen.
Terwijl Willem voldoende bij elkaar had weten te sprokkelen voor een eerste invasie, had zijn broer Lodewijk contact opgenomen met een potentiële geldbron uit Bohemen. De Boheem schreef over de belofte dat hij een ontelbare hoeveelheid goud zou maken. En in de voorzichtige overtuiging dat de afzender zijn belofte waar kon maken, liet de broer van de prins met goede bedoelingen een brief opstellen waarin hij interesse liet blijken, en hem uitnodigde voor een bespreking met zijn thesaurier, en spoedig zat een Boheemse alchemist in een koets richting het westen.